| RENBUKAN | TRAININGEN | LESGEVER | KALENDER | LINKS |
| ZELFVERDEDIGING | INFORMATIE | MEDIA | SEMINARIES | DOCUMENTEN |
Stijl : Jeet Kune Do (振藩截拳道)
Grondlegger : Bruce Lee (李小龍 / 李振藩)
Jeet Kune Do (JKD) betekent letterlijk in het Kantonees: "de weg (道) van de onderscheppende (截) vuist (拳)". Bruce Lee (1940-1973) ontwikkelde deze kunst eind jaren 1960 niet als sport, maar als zelfverdiging. JKD is een niet traditionele Amerikaanse krijgskunst met een sterke basis van Wing Chun Gung Fu, schermen en westers boksen. Hij bestudeerde ook de technieken uit het Jūdō, Savate, Jūjutsu, Muay thai, etc. JKD bewegingen zijn direct en eenvoudig met een minimaal gebruik van bewegingen en energie. Nadat men de basistechnieken en technische aspecten heeft beoefend, is de beoefenaar in staat om zelf de beste elementen te mengen en verder te ontwikkelen naar zijn eigen persoonlijkheid. JKD bestaat traditioneel uit 3 onderdelen: Kick Boxing, Trapping en Grappling. Deze kan men toepassen in 4 gevechtsafstanden (kicking range, boxing range, elbow/knee range, close/grappling range).
Stijl : Wing Chun
(詠春)
Grondlegger :
Yim Wing Chun (嚴詠春) /
boeddhistische Shaolin non Ng Mui (吴梅大師)
Wing Chun1 is een
vechtkunst uit het zuidoosten
van China. Het is een zuidelijke stijl kung fu die zijn oorsprong vindt in een
van de Shaolin-kloosters.
De oorsprong van deze stijl zou zich situeren tegen
het einde van de 17 eeuw, waarbij de boeddhistische non Ng Mui
de jonge vrouw Yim Wing Chun snel leerde verdedigen tegen een opdringerige man.
Deze kunst werd lang geheim gehouden, maar werd publiek bekend
gemaakt door Yip Man
(葉問) na 1950.
Wing Chun is
gespecialiseerd in vechten op korte afstand door middel van korte, snelle,
directe en krachtige
bewegingen.
De belangrijkste kenmerken van Wing Chun zijn:
Aanvallen en verdedigingen vertrekken van de centrale middenlijn ("centerline")
De aanvallen worden relax en snel uitgevoerd in plaat van met spierkracht
Leren voelen van de tegenstander zijn energie (door aanraking) om (de intentie van) mogelijke volgende aanvallen te voorzien
Controle hebben/houden over de tegenstander door kortbij te blijven
Vaak simultane verdedigingen en aanvallen (vb. linkerhand blokkeert een aanval en rechterhand valt aan)
Vaak simultaan gebruik van bovenlichaam en onderlichaam (vb. vuiststoot in combinatie met traptechniek)
Stijl : Pangamut
Grondlegger :
Onbekend.
Pangamut is de benaming voor de Filippijnse ongewapende krijgskunst. Pangamut bestaat uit Panantukan (Filippijns boksen), Dumog (worstelen) en Pananjakman (trappen en vegen) en Kino Mutai (bijten met de tanden en steken in de ogen). Het wordt beschouwd als een straatgericht systeem en niet als sport omdat men maakt gebruik maakt van de vuisten, ellebogen, kopstoten, schouders, knieën en lage traptechnieken. De doelen zijn vaak ledematen of gewrichten zoals de biceps, triceps, ogen, oren, neus, kaak, slaap, kruis, ribben, ruggegraat, nek en knieën. De kunst wordt gekenmerkt door 2 belangrijke principes: "gunting" en "kaukit". Gunting is de schaarvorming beweging die men maakt om de ledematen of de gewrichten aan te vallen. Kaukit of foottrapping wordt gebruikt om de aanvaller uit evenwicht te brengen. Daarbij staat men vaak met 1 voet op een voet van de aanvaller en manipuleert men het bovenlichaam of onderlichaam.
Stijl : Silat
Grondlegger :
Onbekend.
Silat is de verzamelnaam voor de traditionele Indonesische krijgskunsten. Silat wordt gekarakteriseerd door sierlijke, elegante en ritmische bewegingen die plotseling over kunnen gaan in harde en bliksemsnelle slagen, trappen, klemmen, vegen en scharen. Sommige bewegingen zijn afgeleid van de bewegingen van dieren. Per streek werden er verschillende stijlen ontwikkeld. Tijdens de de Nederlands kolonisatie (1800-1942) werd silat verboden. Na de Nederlands kolonisatie (1949) verspreidde silat zich in Nederland door vele Indonesische immigranten. Het blijft nog steeds een van de meest populaire vechtsporten/krijgskunsten in Nederland. De kunst kent ook het gebruik van traditionele wapens zoals de kris (dolk met dubbele, vaak gegolfde kling), parang (machete), tongkat (wandelstok) and sarong (wikkelrok).
Stijl :
Chin Na / Qin Na (擒拿)
Grondlegger :
Onbekend.
Chin (擒) betekent "vangen/grijpen" en Na (拿) betekent
"onder controle houden".
Deze Chinese stijl kung fu is
gespecialiseerd in het grijpen en controleren van spieren, pezen en gewrichten
met als doel de tegenstander zo te neutraliseren.
Stijl :
Kempō
(拳法)
Grondlegger : onbekend.
Het Japanse woord kempō
betekent letterlijk "de
methode (法) van de vuist
(拳)". Dit woord zou afkomstig zijn
van het Chinese woord "Quan Fa"
(拳法), dat men als synoniem gebruikte voor het woord "Kung Fu"
(功夫).
Kempō wordt hedendaags vaak gezien als een afgeleide stijl uit het karate.
Het kempō systeem kenmerkt zich vooral door de snelheid van de
verschillende uitgevoerde bewegingen in één techniek. Door een opeenvolging
van verschillende stoot- en traptechnieken en klemmen kan men de tegenstander
fysisch (alsook mentaal) uit balans brengen of diens evenwicht doen verliezen.
Kempō maakt gebruik van krachtlijnen van de tegenstander en de vele
drukpunten / vitale punten op de 12 energie kanalen of meridianen (Keiraku
Hikō 経絡秘孔).
Kempō is vooral bekend door de Hawaïaan Ed Parker (1931-1990) die midden
jaren 1950 het "American
Kempō" ontwikkelde.
1 Wing Chun wordt soms ook geschreven als "Wing Tsun", "Ving Tsun" of "Wing Tjun".